Deo servire vera libertas
Deo servire vera libertas. Het is een mooie uitspraak van de heilige Augustinus van Hippo. Vertaald betekent dit zoveel als ‘God dienen betekent ware vrijheid’. Dat behoeft een hele uitleg, die op de juiste manier moet geïnterpreteerd worden. Elke juiste interpretatie, betekent dus de interpretatie die verenigbaar is met deze uitspraak. Ze moet dus losstaan van wat de menselijke overtuiging hierover zegt. En dat laatste is wel heel moeilijk, omdat de mens nu eenmaal eigenwijs is.
Het uitgangspunt is dat mensen van hun vrijheid moeten gebruik maken om God te dienen. Ze zijn uiteraard vrij om dat niet te doen en om tegen Gods wil in te handelen. Maar als de mens niet naar Gods wil handelt, geeft hij toe aan zijn eigen wil die op lusten is gebaseerd. Dat veruiterlijkt zich in de zwakheden van de mens en meer concreter in zonden. Omdat de mens zonden begaat, geeft hij dus toe aan zijn lust, of anders gezegd aan zijn goesting. Aangezien die goesting een materieel genot oplevert voor de mens, wil hij die handeling blijven begaan om te voldoen aan zijn goesting (een formeler synoniem is m.i. de behoefte). Die behoeftebevrediging wordt na verloop van tijd meester over de mens, waardoor de mens dus de slaaf wordt van zijn eigen goesting en er niet meer zelf door zijn eigen wil van verlost kan raken (hoewel hij dat misschien wel zou willen). Ik kan hier verwijzen naar een uitdrukkelijke verslaving, waarbij de mens moet opboksen tegen zijn goesting en aldus te kennen geeft dat hijiets anders wil, maar dat hij toch de slaaf blijft van zijn goesting die ontstaan is door toe te geven aan de vrije wil. Verslaving (of anders gezegd: gevangen zitten in de eigen goesting en in de eigen wil) bestaat volgens mij ook op een niet-uitdrukkelijke wijze, namelijk als de mens het kwade of het zondige van zijn daden niet inziet of wil inzien en ze blijft begaan omdat hij ze nodig heeft. Dat kan zelfs om de dagdagelijkse dingen gaan, zoals de behoefte om elke dag te vloeken of de zelfbeheersing te verliezen. De mens is zwak, staat niet boven de natuur omwille van zijn zwakheden en moet dus geleid worden opdat hij geen beslissingen op basis van zijn vrije wil zou nemen die uiteindelijk hem in dit of in het eeuwig leven enig nadeel kan opleveren. Een mens die geleid wordt door Gods wil (en God heeft het beste met ons voor) kan dus ontsnappen aan de nadelen die het gevolg zijn van zijn vrije wilskeuze voor zijn behoeften. Daarom is God dienen de ware vrijheid, omdat door de keuze van de mens om God te dienen hij niet onderworpen raakt aan zijn eigen zwakheden. God behoedt ons daar namelijk voor als we voor Hem kiezen. Ik kom dan ook tot de conclusie dat de menselijke wil ondergeschikt is aan de wil van God omdat God vooreerst het beste met ons voor heeft en vervolgens omdat de mens de gevolgen (zowel in dit leven als in het eeuwige) van zijn zondig leven niet kan inschatten en er zich nog minder van kan bevrijden indien hij Gods wil niet opvolgt. Voor zover de menselijke wil verenigbaar is met Gods wil, is ze in mijn ogen goed.
![De heilige Augustinus van Hippo //media.radiosai.org/Journals/Vol_05/01APR07/images/Coverstory/St-Augustine-of-Hippo.jpg[/IMG]](http://media.radiosai.org/Journals/Vol_05/01APR07/images/Coverstory/St-Augustine-of-Hippo.jpg)